Cornelius Roggenkamp 1776-1830

  • Cornelius is gedoopt op 14 april 1776 in Delfzijl en overleden op 5 februari 1830 in Nieuweschans.
  • Hij is de zoon van Jan Cornelis Roggenkamp 1739-1811 en Helena Martens Kim(m) 1742-1787. 
  • Cornelius trouwt op 11 juli 1808 in Nieuweschans met de 20-jarige Epke Jans Onnes 14 november 1787 in Nieuw Beerta - 25 januari 1845 in Appingedam.
  • Ze krijgen samen vijf kinderen:
    Jan Cornelius 1808-1897 (goud- en zilversmid), Jantje 1811-1846 (ze trouwt met Jan Jacob Borst maar overlijdt jong), Helena Margaretha 1814-1895,
    Teelkelina Hinderika 1816-1896 (trouwt met de weduwnaar van haar zus Jan Jacob Borst), Ellerius Harmannus 1819-1911 (houthandelaar, reder en architect)

Jeugd

Over de jeugd van Cornelius is weinig bekend. Hij groeit op in het havenstadje Delfzijl. Hoe is het daar in die tijd? De hoge sterfte door malaria neemt af en het aantal inwoners groeit. De positie van vrouwen is gunstig in vergelijking met elders. Dochters krijgen meestal een gelijk erfdeel en weduwen beheren zelf het bedrijf van een overleden echtgenoot. Tot 1820 neemt de welvaart toe.

De vader van Cornelius is 'BurgerHopman in de Fortresse Delfzijl', in 1779 is hij boekhouder en op enig moment ook 'vischschrijver'. Een burgerhopman was het hoofd van de burgermilitie van 200 gewapende burgers.

Wat opvalt is dat Cornelius in de doopakte als 'Dogter' staat genoteerd. Een foutje? Hij zal de enige zoon blijven. Een zusje is als baby overleden nog voor Cornelius is geboren. Een jonger zusje overlijdt op haar tweede aan waterpokken. Verder heeft hij twee oudere zussen waarmee hij opgroeit: Margaretha en Egbarta.

Zijn moeder overlijdt als Cornelius 11 is. Vader hertrouwt met de weduwe Trijntje Gleins. Cornelius is dan 15 jaar. Zover bekend kreeg Trijntje geen kinderen.

 

Zilversmid

Cornelius was negentien in 1795, het jaar van de Franse revolutie. De macht van de gilden met hun strenge regels nam daardoor af. Voor nieuwkomers werd het makkelijker om zich ergens te vestigen wat de concurrentie deed toenemen. Cornelius vertrekt op enig moment vanuit Delfzijl naar het kleine vestingsdorp Nieuweschans, ruim 30 km verderop. Het eerste spoor van de volwassen Cornelius is een advertentie in de Groninger Courant van 18 mei 1804 waarin hij zich als goud- en zilversmid presenteert.

‘De Ondergetekende Bericht door dezen, dat hy woond op de hoek van de Kruis-straat in de Lang Akker Schans [= Nieuweschans] en dat hy zich recommandeert, aan ieder, in het Maken en Verkopen van allerhanden soorten van GOUD en ZILVERWERK. My zal zyne Begunstigers, op de best mogelyke wyze, trachten te behandelen.' 

Op 2 december 1804 wordt hij samen met zijn zus Egbarta overgeschreven vanuit Groningen naar de gereformeerde (hervormde) kerk in Nieuweschans. 

Voorwerpen van zilver zijn in die tijd een statussymbool en in de provincie Groningen zijn veel zilversmeden actief. Ze hebben hun werkplaats thuis en werken vaak op bestelling. Als in 1798 de gilden worden opgeheven is ieder vrij om zich vestigen als goud- of zilversmid. Wel komt er een centrale regeling voor het keuren van goud en zilver. Na 1813 is er meer concurrentie. Ook wordt het maken van vorken en lepels meer gemechaniseerd. De rol van Groningen als centrum van de goud- en zilversmidskunst neemt af. 

In 1805 gaat het nog goed met de zilversmeden want op 26 februari 1805 plaatst Cornelius een advertentie in de Groninger Courant waarin hij vraagt om een gezel. 

‘Een zilversmits gezel, zyn Werk wel verstaande, en genegen zynde in de Lang-Akker-Schans te Werken, vervoege zich by C. ROGGENKAMP, Goud en Zilversmid aldaar.’

 

Gezin

Cornelius is 32 als hij in de zomer van 1808 trouwt met de 20-jarige Epke Jans Onnes uit het vlakbij gelegen Nieuw-Beerta. Zij komt uit een rijke boerenfamilie en woonde vijf km verderop in Nieuw Beerta. Kwam ze iets moois bij hem in de zilverwerkplaats uitzoeken? Hun huwelijk is waarschijnlijk een moetje want na 5 1/2 maand wordt hun eerste kind geboren. Ze noemen hun zoon Jan Cornelius. Dochter Jantje volgt in 1811, Helena Margaretha in 1814 en Teelkelina Hinderika in 1816. Zoon Ellerius Harmannus (1819) is hun laatste kind. Alle kinderen bereiken de volwassen leeftijd, iets dat niet vanzelfsprekend is in die tijd. Ze wonen in de Kruisstraat nummer 6 in Nieuweschans.

 

Nog meer activiteiten

Cornelius Roggenkamp is behalve zilversmid ook nog garentwijnder en kerkvoogd. Of is de garentwijnderij een activiteit van de boerendochter Epke geweest?

Tot 1811 is Cornelius lid van de keurkamer in Winschoten. Deze informatie komt uit de notities van Johannes van Bosveld Heinsius. Diens echtgenote Jantje Borst is de kleindochter van Cornelius Roggenkamp. De informatie sluit aan bij een overheidsuitgave uit die tijd over de Wet van 11 maart 1807 op het verwerken, invoeren en verkopen van gouden en zilveren werken. Er moeten in Groningen, Veendam, Appingendam en Winschoten keurkamers met elk drie keurmeesters ingesteld worden. Nieuweschans is dan een gemeente in het 'kwartier Winschoten'. Dat garen twijnen ook tot de werkzaamheden van Cornelius hoort, wordt bevestigd door een vermelding dat in 1828 in zijn huis ook een garenfabriek is gevestigd. 

 

Van Kruisstraat naar Voorstraat

In 1811 kondigen Cornelius en Epke in de krant de verkoop van hun huis op de Kruisstraat aan. Ook biedt Cornelius een stageplaats aan:

‘C. ROGGENKAMP is gezind by Strykgeld te Verkoopen: Eene BEHUIZINGE, waarin 3 Vertrekken, open Plaatsje, 2 kelders, Put en Regenbak, staande op de hoek van de Kruisstraat te Nieuwe Schans, iemands gading, kome op Donderdag den 7 Maart 1811. Ten Huize van JAN SANDERS aldaar. – OUDERS of VOOGDEN genegen zynde, hun ZOON of PUPIL het ZILVERSMEDEN te laten leren, kunnen zich in persoon of door de France Brieven by eerstgemelde  vervoegen.’

Kennelijk lukt het met de verkoop want tussen 1811 en 1828 zijn Cornelius en Epke eigenaar van een huis aan de Voorstraat nummer 6 en 7 in Nieuweschans. Een ruim huis met zes vertrekken en een grote tuin. Zoon Jan Cornelius leert het vak van zilversmid.

Begin 1817 zet Cornelius een advertentie waarin hij vraagt om twee gezellen die direct werk willen. Ook biedt hij nog een leerplek aan 'met of zonder de kost'.

Prent van een zilversmid in Amsterdam, 18e eeuw.

 

Crisis in Nieuweschans

Door inpoldering neemt de betekenis van de schans af. Na 1815 wordt de vesting niet meer door garnizoenen gebruikt. Dat zal direct tot minder werk hebben geleid voor een zilversmid. Ook de rijkere boeren zullen minder zilver hebben gekocht. Ze hebben in 1819 last van een landbouwcrisis met lagere graanprijzen, een watersnoodramp in 1825 en tegenvallende oogsten in 1827-1829. 

Houdt dit verband met de aankondiging op 30 september 1828 van de verkoop van hun huis aan de Voorstraat? Cornelius en Epke bieden zelfs vier begraafplaatsen aan. Is Cornelius ziek, zijn ze verarmd of willen ze zich elders vestigen?

'Ten eersten, tijd en plaats nader te bepalen, gedenken C. ROGGENKAMP en Vrouw, te NIEUWE SCHANS, publiek te Koop te presenteren: 

1. Eene BEHUIZING, aan de Voor-straat, te Nieuwe Schans, get. no. 6, 7, waarin verscheidene jaren de Goud- en Zilversmederij en eene Garen-Fabrijk met goed succes geëxereeerd en nog worden gecontinueerd; voorzien van 6 Vertrekken, Voorhuis, Stookhuis, groote Zolder, Kelder, Put en 2 Regenbakken, 2 Opene Plaatsen, SCHUURTJE en TUIN, met eenige Vruchtdragende Boomen; zeer geschikt in 2 Percelen te gebruiken, zoo als de Behuizing bevorens is bewoond geweest.

2. Eene BEHUIZING, in de Achter-straat, get. 114, met eene Bovenwoning, hebbende een Vrijen Opgang, Open Plaatsje, 2 Kelders, Put en Regenbak; wordende in 2 percelen bewoond,

3. VIER naast elkander liggende GRAFSTEDEN, op de Begraafplaats aan het Middelpad.

4. Eene groote TUIN, met Steenen Zomerhuis, waarin verscheidene Vruchtdragende Boomen, liggende onmiddellijk buiten de Plaats, op het voormalig Oost-Vriesch of Hanoversch grondgebied.

Kunnende over de Percelen 1, 2, en 4 de helft van den Koopschat [=koopsom], tegen behoorlijken Interest, blijven staan. Iemand inmiddels UIT DE HAND willende KOOPEN, vervoegen zich bij bovengenoemde.'

 

Het komt tot een veiling is twee maanden later te lezen in de Groninger courant van 21 november 1828.

'Mr. A. H. KONING, openbaar Notaris in het Kanton Pekel-a, residerende te Bellingwolde, gedenkt, ten verzoeke van C. ROGGENKAMP, Goud- en Zilversmid te Nieuwe Schans, en Vrouw, publiek, op gewone Strijkgeld Conditiën te Verkopen:

I. Eene BEHUIZING en SCHUURTJE, geteekend no. 6 en 7, met eener TUIN daar achter, staande en gelegen aan de Voorstraat te Nieuwe Schans; de Behuizing voorzien van onderscheiden Vertrekken, Voorhuis, Stookhuis, grootte Zolder, Kelder, Put, twee Regenbakken en verder gerijf.

II. Eene BEHUIZING, staande aan de Achterstraat te Nieuwe Schans, geteekend no. 114, met eene BOVENWONING, hebbende een vrije opgang, open Plaatsje, twee Kelders, Put en Regenbak.

III. Eene groote TUIN, buiten de N. Schans gelegen, met een STEENEN ZOMERHUIS in denzelve, als mede diverse VRUCHTDRAGENDE BOOMEN,

Welke Verkoop zal zijn te Nieuwe Schans, ten huize van den Kastelein HINDRIK JANS MULDER, op Dinsdag, den 25 November 1828, des avonds 5 uren.'

 

Toch wonen Cornelius en Epke ruim een jaar later nog steeds op nummer 6. 
(bron: overlijdensakte van Cornelius)

 

Overlijden

Cornelius overlijdt op 5 februari 1830 om 2 uur 's middags. Hij is 53 jaar oud geworden. Zijn dood wordt aangegeven door zijn buurmannen de 40-jarige scheepstimmerman Harm Geerts Hekman en de 33-jarige heelmeester Hindrik Brandt. Zijn oudste zoon is 21 en de jongste is 11 jaar oud.

Cornelius Roggenkamp wordt begraven op de Oude Begraafplaats Kerkhofstraat Nieuweschans. Zijn graf is er nog. 

 

Hoe het verder ging

Na zijn dood zijn er tussen 1830 en 1831 zilvermerken gebruikt met het meesterteken van 'de weduwe Roggenkamp'. In de aantekeningen van Johannes van Bosveld Heinsius staat:

'Na den dood van den vader vertrokken 1 mei 1831 de zoon Jan en de dochters Jantje en Helena naar Appingedam op begeerte van den vader, geuit op zijn sterfbed, ten einde daar zich als goudsmid te vestigen. De moeder volgde 1 mei 1837 en ging op de bovenwoning wonen van het in 1836 gekochte huis.'

Epke Onnes is aanwezig op de trouwerij van haar zoon Jan Cornelius in 1838. Ze overlijdt 15 jaar na haar man in 1845 in Appingedam.

'Kalm en zacht ontsliep heden, na eene korststondige ziekte van slechts dertien dagen, onze hartelijk geliefde Moeder EPKE JANS ONNES, Wedw. C. Roggenkamp, in den ouderdom van ruim 57 jaren.'

 

 

Link met de familie Hellema:

  

 

Cornelius Roggenkamp, goud- en zilversmid, op dit portret ongeveer
25 jaar oud.

Wie heeft informatie over dit portret? Een kleurenfoto zou welkom zijn.

 

Den 14 April gedoopt Een Dogter Van Jan Roggenkamp en Helena Kim genaamt Cornelius.

 

De handtekening van Cornelius Roggenkamp

 

Zijn oudere zussen Margaretha en Egbarta Roggenkamp 

Heden nacht ongeveer 11½ uur, verloste myn geliefde Echtgenote zoo gelukkig als voorspoedig van een welgeschapen ZOON.
Lang AkkerSchans den 28 December 1808. C. ROGGENKAMP Goud- en zilversmit.

 

Meestertekens Cornelius Roggenkamp. 

 

Lodereindoosje CR 1815 -1818. 

 

Beursbeugel CR 1818-1830.

 

Zilveren maliënbeursje CR 1826.

 

Beugel met fluwelen buidel CR 1818-1830.

 

De sloten van deze bijbel zijn gemaakt door Cornelius Roggenkamp en het kantbeslag door de twee jaar jongere zilversmid Reinder Scheltens, geboren in Groningen.

 

Uit de periode 1830-1831 zijn er zilvermerken van zijn weduwe Epke Jans Onnes.

 

Zilveren schaar aan rokhaak, mt. van de weduwe C. Roggenkamp 1830-1831.

 

'Ter gedachtenis aan Cornelius Roggenkamp, Geboren te Delfzijl den 8 April 1776, overleden te Nieuweschans op 5 Februari 1830.'