Brief van Doeke Wijgers Hellema

  • Hulp bij het ontcijferen is welkom!

Het gezichtsvermogen van de 88-jarige Doeke is sterk achteruit gegaan. Lezen gaat niet meer, toch schrijft hij een brief van vier kantjes aan zijn 24-jarige kleinzoon Doeke. Deze kleinzoon is al enkele jaren ver van huis en vaart als officier van gezondheid op marineschepen in Oost-Indië. 

 

Wirdum a. 15 Nov. 1853

Waarden Kleinzoon!

Zeer vereerd met uw aangenamen en breedvoerige brief! welke Gij aan mij geschreven hebt, ik dank er u hartelijk voor dat gij u den moeite hebt willen getroosten om zoo vele bijzonderheden te schrijven, [.. ..] aan mijne nieuwsgierigheid te voldoen. Ja onzen aardbol welke wij bewoonen is verbazend in den omtrek en ruim om zulk eene verscheidenheid van voortbrengselen ons aan te bieden. 

Het is iets anders dit in eigen persoon te ondervinden en met eigen oogen aan te zien als uit reizigers en schrijvers een verwoord denkbeeld daar van te vormen. 

Er blijft voor mij om te weten wel te wenschen overig! maar God geve! dat ik bij uw komst in het vaderland vast U in persoon mag verstaan, O! er zal dan zoo veel te praten zijn! (1)

Wij werden zoo even met een klein bezoek van uwen dierbaren vader verrast! met zijne voorkennis schrijf ik dezen en het zal mij aangenaam indien gij dien wel willen zou aannemen als eene klein vergelding voor d[..] moeite om mij zulk een breedvoerigen brief te schrijven! uwe betrekkingen alhier hebben het zelve ook met veel genoegen gehoord en gelezen. 

Gaarne gevoel ik wel de lust om ook breedvoerig aan u schrijven; maar mijn gezigt [....]

Wij lezen tegenwoordig een boekje de Neger genaamd dezen werd van zijne ouders afgescheurd van Afrika naar Amerika vervoerd en aldaar verkogt. Door toeval geraakt hij zijnen wreeden Meester bijster, in een bosch verdwaald, van den gehele wereld verlaten, van eenen predikant bij toeval ontdekt en opgenomen, met deszelfs eigen zoon opgevoed en wegens braaf inborst tot groot genoegen van den predikant tot een zendeling naar zijn eigen Vaderland in Afrika voorbeschikt. Dies predikants eigen zoon tot den Kaap komt naar Amsterdam gezonden, dog geen vast karakter bezittende, geraakt in verkeerd gezelschap van het pad der Godsvrucht en deugd afgeleid tot een verkwister en groot deugniet gevormd tot [...] En ook zijner verloren vriend en vader. (2)

Met dit kort verhaal wil ik u alleen maar zeggen: dat gij u met geen mogelijkheid kont verbeeld aan welk een tevredenheid het u [..] voor dierbare Ouders  [.. ..] te bestaan als men het goeden zijner kinderen mag verstaan Ook uw broeders! Ach! wat geeft het een genoegen dat zij den [...] vermaaningen hunner dierbaar betrekkingen  en vooral van een Predikantsvader zoo zeer ten harte nemen, “Dat zij als het ware “alle moeite en kosten aan hunne opvoeding besteed daar voor dankbaar vergelden U! Mijn waarde kleinzoon! gij geraadt het. Ik behoef hier over niet meer te schrijven

Nu eens van mij zelven, ik geniet door den [..] doofheid [..] hier en [..]:  Ik sliep of leg ‘s morgens  [..] 9 en 10 uur [..] ik [..] dag met [..] te lezen kon ik niet en mijn schrijven zooals gij ziet is zeer gebrekkig, gij zult het willen verschoonen van eenen grootva? Bijna 88 jaren oud.

Uwe Ooms en Tantes zijn ook wel [..], B[..] heeft een geruimen tijd zeer ongesteld geweest maar herstelt [..] langzaam -  Uw Oom Sijtze houd zich nog zeer de gewoone liefhebberij vogelen en visschen maar het wil hem nog niet gelukken om te vangen. Mijn huisgenooten [..] ook [..] zijn allen gezond

O! mijn wenschen kleinzoon! hoe moeten wij ons verwonderen om Gods Bestuur [..] onzen lotgevallen. Hoe dikwijls heeft uw besten Vader! tegen mij gesproken, wat er van U zoude worden en ziet des Heeren tijd is [..] Gij word geroepen, om onze mede menschen in hunne wonden en ellenden [..] gereed [..] delen te hulp te komen en gezonden tot dat worden naar den uiterst grenzen onzer aardbol.

God regeert! en bestuurt alzoo alle onzer lotgevallen. Houd hier aan vast en stel dat dit gedurig in beoefening. Dit zal u troosten. Dit zal u moed geven in bedenkelijk omstandigheden, met des Heeren! wil! zijt gij binnen een jaar in het vaderland bij uw dierbaren uw ouders en betrekkingen! Dit geve de Heer! En hier [..] hem ik 

[..] hartelijke groeten

Uw [....] Grootvader D W Hellema

 

(1) In de zomer van 1855 keert kleinzoon Doeke terug. Hij gaat dan ook naar Wirdum. Hun laatste contact is op 1 januari 1856. Doeke schrijft: 'de oude man was zeer verheugd mij te zien.'  Grootvader overlijdt aan het eind van dat jaar.

(2) Mogelijk betreft het Jacobus Elisa Johannes Capitein (1717 – 1747), alleen was het niet zijn pleegvader maar de theoloog Hendrik Velse, de vader van een klasgenoot, die hem liet studeren.